Burgemeester: ‘Hanzehuys geeft Doesburg energie’

Het Hanzehuys in Doesburg is donderdagmiddag officieel geopend. In het ondernemerhuis in de Koepoortstraat in het centrum van Doesburg kunnen ondernemers of zelfstandig professionals werken en netwerken. Tijdens de opening gaf burgemeester Kees Luesink aan dat het Hanzehuys Doesburg extra energie geeft.


Meer dan honderd genodigden waren donderdagmiddag aanwezig om getuige te zijn van de opening van het ondernemershuis. Tijdens de opening spraken de initiatiefnemers Marcel Opgenoort en Harko Sterk de aanwezigen buiten in de lentezon toe.


Voordat de officiële opening plaatsvond, was er een optreden van het Doesburgs Cabaret. Het team cabaretiers grapte een kwartier lang over het nieuwe werken en alles wat daarbij komt kijken.


Daarna was het de beurt aan burgemeester Luesink en de vertrekkende wethouder van Economische Zaken, Marleen Huizingh. Gezamenlijk trokken ze een doek naar beneden, waarna de naam van het pand op de gevel zichtbaar werd. Vervolgens werden de bezoekers uitgenodigd om een kijkje te nemen in het nieuwe ondernemershuis.


Tijdens de openingshandeling liet burgemeester Luesink weten blij te zijn met de komst van het Hanzehuys. ‘Het Hanzehuys geeft Doesburg energie. Ik ben blij met de komst van dit ondernemershuis’, aldus Luesink, die namens de gemeente een kilo mosterdbonbons cadeau gaf.


Het Hanzehuys biedt ondernemers en zelfstandig professionals ingerichte werkplekken, een flexplek of een spreekkamer. Daarnaast wil het Hanzehuys een creatieve plek zijn die sprankelt en inspireert. Een plek waar bezoekers kunnen afspreken, kunnen netwerken, ideeën uitwisselen en kennis delen.


Tip
Bekijk hier de foto’s van de opening van het Hanzehuys



1 reactie

  1. Fransb

    Marcel en Harko succes.

    Gr.Frans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 DoesburgDirect.nl

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑