Doesburg heeft er twee inwoners met een Koninklijke onderscheiding bij. D van der Lei en Jaap Scheltes zijn vandaag door burgemeester Kees Luesink benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

 

Burgemeester Kees Luesink over Jaap Scheltes:

 

‘Hoewel je in 1940 in Eindhoven werd geboren mag je inmiddels met recht een Doesburger in hart en nieren worden genoemd. Je zette je tijdens je werkzame leven als ambtenaar ruimtelijk ordening in voor de Doesburgse gemeenschap, zoals dat hoort met passie en met overtuiging. Daarbuiten ben je in alle gelederen van Doesburg als vrijwilliger bekend. Of het nu om je inzet voor de zeven kegelclubs gaat, je betrokkenheid bij de lokale SP, je voorzitterschap van de Wijkraad Noordelijk Molenveld of je passie voor Doesburgse monumenten.

 

Jaap, je bent een bijzonder vasthoudend mens. Ik heb mogen ervaren dat je je niet zomaar inzet. Je doet het met de eerder genoemde passie en met een heel forse dosis overtuiging. Je neigt naar eigenwijs, maar altijd voor een goede zaak. De Stichting Stadsherstel voorzag je van support en goede adviezen. Van 1990 tot 2002 was je lid van het bestuur van de Monumentenvereniging 15 april 1945. Deze vereniging nam in 1988 ook het initiatief om de landelijke Open Monumentendag in Doesburg te organiseren. Hierbij was jij nauw betrokken.

 

Jij maakte mede deze dag tot een opzienbarend evenement in onze stad. Helaas moest je door ernstige gezondheidsklachten in 2002 deze activiteit staken. Echter nog regelmatig maakt het comité gebruik van je kennis en ervaring en van de beschrijving van alle betrokken panden die hij gedigitaliseerd beschikbaar heeft gemaakt. Vorig jaar heeft Zijne Koninklijke Hoogheid Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven onze stad met een bezoek vereerd en hij was hierover heel goed te spreken.

 

 

Op grond van je langdurige inzet op de genoemde terreinen heb ik het genoegen je mee te delen dat Hare Majesteit de Koningin je heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau en ik zou je die onderscheiding graag op willen spelden.’

 

 

Kees Luesink over Van der Lei:

 

‘U heeft een rijk vrijwilligersverleden. U bent hiermee in 1973 begonnen als lid van de oudercommissie van de Buddendorfschool. Daarna heeft u vele bestuursfuncties in Doesburgse verenigingen bekleed. Als deelnemer van het Project Uitzending Managers van Economische Zaken heeft u ook vrijwilligerswerk in het buitenland verricht.

 

In 1999 werd u penningmeester van de Stichting Overdekt Zwembad, waar u mee moest stoppen vanwege het bereiken van de maximale zittingstermijn van 12 jaar. Sinds 2003 bent u een enthousiast lid van de werkgroep Open Monumentendag Doesburg. U mocht vorig jaar bij het bezoek van Pieter van Vollenhoven, de prins en zijn gevolg rondleiden door onze stad. Een prachtig moment en heel goed voor Doesburg. We hadden zelfs bijna het probleem met het Arsenaal opgelost, want de prins vond met ons dat daar snel een bestemming voor moest komen. En laat het nou ook het Nationaal Restauratiefonds zijn waar de prins voorzitter van was en in die hoedanigheid hier aanwezig was.

 

U bent één van de stadsgidsen die namens de VVV Doesburg toeristen rondleidt. Deze wandelingen vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de VVV. Vanaf 2005 was u Gecommitteerde van de Gestichten van Weldadigheid in Doesburg en leverde u uw bijdrage door uw specifieke kennis op het gebied van Bouwkunde en Onroerend Goedbeheer. Deze Gestichten zijn van vitaal belang voor Doesburg. Ze maken mogelijk wat anders onmogelijk is. De inzet van de vrijwilligers voor deze Gestichten is daarmee van eminente betekenis.

 

U wordt buitengewoon gerespecteerd om uw inbreng, uw goede contactuele eigenschappen en uw inzet. Of zoals u door iemand werd omschreven: Hij is iemand waar je altijd voor de volle honderd procent op kunt rekenen.

 

Op grond van deze verdiensten en uw langdurige inzet heb ik het genoegen u mee te delen dat Hare Majesteit de Koningin u heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau en ik zou u die onderscheiding graag op willen spelden’

Lintje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Hanny ten Dolle