Buurtschap Noord Oost (BNO) is niet voor of niet tegen de uitbreiding van het bedrijventerrein Rotra en Ubbink. BNO vindt wel dat de gemeente de regie moet voeren in het proces, terwijl er nu volgens BNO een gevoel ontstaat dat de Provincie bepaalt wat er gebeurt.

Voorzitter Jerre Cramer van BNO laat weten diep respect te hebben voor Rotra en Ubbink en het economische aspect van dit plan onderschrijft. ‘Zo ook het historische en agrarische aspect van de omgeving spelen een rol’, aldus Cramer.

BNO vindt dat keuzes gemaakt moeten worden op basis van feitelijke argumenten en niet op basis van uitspraken over economie en werkgelegenheid zonder feitelijke onderbouwing. Daar doe je dit belangrijke onderwerp en daarmee de Doesburgers te kort mee, vindt BNO.

Lokale bestuurders
BNO stelt dat een eventuele realisatie van de uitbreidingsplannen verregaande consequenties heeft. Op economisch, sociaal, landschappelijk en historisch gebied. Als de plannen doorgaan wordt een deel van IJssel gedempt, zo groot als 40 voetbalvelden met daarop loskranen en loodsen tot wel 30 meter boven het waterniveau van de IJssel. ‘Juist in die hoek waar Doesburg in 1237 is ontstaan. Er rust een grote verantwoordelijkheid op de schouders van onze lokale bestuurders. Hoe geven we Doesburg door aan onze kinderen?’, vraagt Cramer zich af.

‘De natuur in de Fraterwaard en de IJssel gaat lijden onder de plannen. Het begint echter steeds meer duidelijk te worden dat de natuur in de Fraterwaard op steenworp afstand van de oude binnenstad van de buiten categorie is. Zijn we ons daar wel voldoende bewust van’, aldus Camer.

Werkgelegenheid
Cramer: ‘Wij zijn niet voor of tegen het plan. Wel vinden we dat er meer argumenten zijn dan werkgelegenheid. Er zijn ook veel meer stakeholders dan we tot nu toe horen. Wat BNO opvalt is dat Doesburg aan de ene kant insteekt op toerisme en aan de andere kant insteekt op werkgelegenheid die daarmee een grote impact krijgen op de directe leefomgeving van de toeristische binnenstad. Gaat dat samen?’

BNO zegt zich zorgen te maken om het besluitvormingsproces en stelt dat de gemeente Doesburg de regisseur moet zijn van dit proces en niet de provincie. ‘De belangen van de provincie zijn per definitie anders dan die van Doesburg’, stelt Cramer.